| |

Freestyle begon oorspronkelijk als turnen, of ballet in de lucht. Een performer deed zijn gymnastische oefeningen, en liet dit filmen door een cameraman die meesprong.
Toen dit onderdeel nog in de kinderschoenen stond, werd dit gejureerd, door dansers, kunstschaatsers, turners, of andere artistieke sportbeoefenaars. Doch al snel werd het duidelijk dat deze juryleden geen idee hadden van de moeilijkheidsgraad van uitvoering van deze oefeningen in de lucht. Toen in 1996 het eerste officiële wereldkampioenschap voor Freestyle werd georganiseerd, werd dit dan ook gejureerd door een jury van valschermspringers, met artistieke achtergrond.
Niettegenstaande Freestyle 5 jaar eerder is erkend als discipline, en het Freeflyen er onrechtstreeks is uit voortgevloeid, is de invloed van Freefly enorm op Freestyle.
De discipline die in het begin als luchtballet werd omschreven is nu stilaan gedeeltelijk uitgegroeid tot Freefly tussen performer en videoman.
Waar vroeger de videoman nog rustig in een platte FS positie Freestyle kon filmen, moet de videoman tegenwoordig een volleerde FreeFlyer zijn.
Desondanks men deze discipline op wedstrijd samen met zijn videoman uitvoert, is het toch een relatief individuele tak van de sport.
De meeste springers die hierin stappen, zijn jongeren die aanleg hebben tot artistieke sporten, zoals turnen, of ballet. Boven in de lucht heeft men natuurlijk "air-time" zat om 3 of 4 dubbele gestrekte salto's te maken met evenveel spins erin verwerkt.
Wedstrijden worden net als FreeFly gejureerd, en er wordt eveneens op 3.500 meter afgesprongen met 45 seconden werktijd.
Tot op heden zijn er nog steeds geen Freestylers te vinden in de Belgische clubs. Reden hiervoor, kan het individuele karakter van dit onderdeel zijn.
Wie echter ooit de kans krijgt, om de intensiteit van het Deense of Australische team, die momenteel de absolute wereldtop zijn, aan het werk te zien, krijgt meteen zin om dit ook eens te proberen.
Wie deze discipline wil leren kan hier reeds aan beginnen onmiddellijk na de basiscursus van het valschermspringen. Het gaat hier immers om het individuele gevoel van de lucht op je "body position" wanneer je tegen 2 à 300 km/uur naar beneden raast. Air sensibility, iets wat elke springer eigelijk moet leren.
met dank aan het VVP |